Deelschoolsites dr. Aletta Jacobs College Algemeen dr. Aletta Jacobs College Beveiligde docentensite dr. Aletta Jacobs College Bovenbouw HV dr. Aletta Jacobs College Bovenbouw VMBO BB/KB dr. Aletta Jacobs College Intranet dr. Aletta Jacobs College Onderbouw h/v dr. Aletta Jacobs College Onderbouw VMBO dr. Aletta Jacobs College Praktijkonderwijs dr. Aletta Jacobs College VMBO T
Naam Wachtwoord - Logingegevens kwijt?

Begin > dr. Aletta Jacobs College Algemeen > Algemeen > Regelingen, statuten en protocollen > Leerlingenstatuut >
Leerlingenstatuut
REGLEMENTEN dr. Aletta Jacobs College Hoogezand

1. LEERLINGENSTATUUT

Ter inleiding

Dit leerlingenstatuut van het dr. Aletta Jacobs College is in de eerste plaats bestemd voor alle leerlingen van onze school, omdat het vooral over de rechten en plichten van de leerlingen gaat. Maar ook voor alle anderen, die in en met onze school werken is dit statuut van belang:
de docenten, de leden van het onderwijsondersteunend personeel (O.O.P.), de schoolleiding, de Raad van Toezicht en de medezeggenschapsraad. Immers, al die anderen hebben in hun werk altijd te maken met de leerlingen.

Rechten en plichten

Rechten en plichten zijn in de meeste gevallen elkaars spiegelbeeld. Daar waar de leerlingen rechten hebben (bijvoorbeeld op goed onderwijs) is het de plicht van de ander (in dit geval de school) om daar voor te zorgen. Andersom, daar waar leerlingen plichten hebben (bijvoorbeeld dat zij zich naar behoren dienen te gedragen) hebben anderen er recht op dat dat ook gebeurt.
We leven en werken dagelijks met een grote groep mensen op een betrekkelijk klein oppervlak. Om dat samenleven zo goed mogelijk te laten verlopen zijn afspraken nodig. Je kunt in dit leerlingenstatuut die afspraken vinden. Ze zijn misschien het best te vergelijken met spelregels of verkeersregels. Met behulp van deze regels proberen we zo goed mogelijk rekening te houden met elkaars belangen. Regels geven geen garantie dat alles altijd goed gaat. Soms ontstaat een probleem. In dit leerlingenstatuut staat dan een weg aangegeven om tot een oplossing te komen.


Tot slot

Ik hoop dat dit statuut een bijdrage mag leveren aan het op juiste wijze delen van de verantwoordelijkheid die wij allen hebben om samen een goede school te zijn.


M.M.A.M. Klaverkamp
Algemeen Directeur/
Bestuurder


INHOUDSOPGAVE
1. Algemeen
1.1. Begrippen
1.2. Leerlingenstatuut
1.3. Rechten en plichten in algemene zin

2. Regels over het onderwijs
2.1. Het geven van onderwijs door docenten
2.2. Het volgen van onderwijs door leerlingen

3. Dagelijkse gang van zaken
3.1. Ordereglement
3.2. Aanwezigheid
3.3. Gedrag
3.4. Veiligheid
3.5. Schade

4. Huiswerk

5. Toetsing, beoordeling, rapportage

6. Overgang, keuze van onderwijs

7. Schoolonderzoeken, examens

8. Disciplinaire maatregelen

9. Privacy
9.1. Leerlingenregistratie
9.2. Ongewenste intimiteiten

10. Inspraak
10.1. Algemeen
10.2. Leerlingenraad

11. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering
11.1. Algemeen
11.2. Schoolkrant
11.3. Aanplakborden
11.4. Bijeenkomsten

12. Geschillen


1. ALGEMEEN.

1.1. Begrippen.

In het leerlingenstatuut wordt onder de volgende begrippen verstaan:

de school:
het dr. Aletta Jacobs College;

de leerlingen:
alle bij de school ingeschreven leerlingen;

de ouders:
de ouders, voogden en feitelijke verzorgers van de leerlingen;

de docenten:
de personeelsleden met een onderwijstaak;

het onderwijs ondersteunend personeel:
het personeel met een onderwijs ondersteunende taak;

de personeelsleden:
de aan de school verbonden leden van de schoolleiding, onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel, stagiaires en vrijwilligers;

de directie:
de algemeen directeur en de sectordirecteuren;

het managementteam:
de directie en de teamleiders;

het bevoegd gezag: 
de Raad van Toezicht van de Stichting dr. Aletta Jacobs College te Hoogezand-Sappemeer;

de medezeggenschapsraad:
het orgaan binnen de school ten behoeve van overleg en medezeggenschap;

de leerlingenraad:
het vertegenwoordigend orgaan van de school ten behoeve van leerlingen binnen de school;

de ouderraad:
het vertegenwoordigend orgaan van de ouders van de bij de school ingeschreven leerlingen;

de klassenvertegenwoordiger:
de leerling die zijn klas of groep vertegenwoordigt;

het schoolreglement:
samenstel van regels en afspraken over de rechten en plichten van de personen en organen die deel uitmaken van de schoolgemeenschap;

de inspecteur:
de inspecteur van het voortgezet onderwijs;

de commissie voor bezwaar- en beroepsschriften:
het orgaan dat het bevoegd gezag adviseert inzake bezwaar en beroep op geschillen;

de landelijke klachtencommissie:
bezwaren tegen de beslissingen van de algemeen directeur kunnen worden voorgelegd aan de landelijke klachtencommissie.

1.1.0. In dit leerlingenstatuut wordt ten behoeve van de leesbaarheid alleen in de mannelijke vorm geschreven. Daar waar mannelijke voornaamwoorden worden gebruikt kunnen ook vrouwelijke worden gelezen.




1.2. Leerlingenstatuut.

1.2.0. Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van de leerlingen.

1.2.1. Het leerlingenstatuut wordt vastgesteld door of namens het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag gaat niet tot vaststelling over voordat de directie en de medezeggenschapsraad zich over het leerlingenstatuut hebben kunnen uitspreken.

1.2.2. Het leerlingenstatuut is bindend voor alle bij de school ingeschreven leerlingen, de ouders, alle aan de school verbonden organen en personeelsleden en het bevoegd gezag.
Het leerlingenstatuut geldt in en buiten de schoolgebouwen en -terreinen zowel onder schooltijd als daarbuiten, bij alle activiteiten die van de school uitgaan.

1.2.3. Het leerlingenstatuut treedt in werking na vaststelling door het bevoegd gezag en heeft een geldigheidsduur van 2 jaar.

1.2.4. Het leerlingenstatuut kan tussentijds worden gewijzigd op voorstel van hetzij:
ƒÞ de medezeggenschapsraad
ƒÞ de leerlingenraad, dan wel 10 leerlingen
ƒÞ 10 personeelsleden
ƒÞ de ouderraad, dan wel tenminste 10 ouders
ƒÞ de directie
ƒÞ het bevoegd gezag.

1.2.5. Een voorstel tot wijziging wordt aan het bevoegd gezag aangeboden. Het bevoegd gezag gaat niet tot wijziging van het leerlingenstatuut over voordat de directie, de medezeggenschapsraad en de leerlingenraad zich hierover hebben kunnen uitspreken.
Indien het voorstel tot wijziging niet wordt overgenomen deelt het bevoegd gezag dit onder vermelding van de redenen hiervoor aan betrokkenen mee.

1.2.6. Als een half jaar voordat de geldigheidsduur van het leerlingenstatuut afloopt het bevoegd gezag geen voorstel tot wijziging heeft ontvangen, zal het leerlingenstatuut in dezelfde vorm opnieuw 2 jaar geldig zijn, tenzij het bevoegd gezag het leerlingenstatuut wijzigt zoals omschreven in punt 1.2.5. Het oude statuut blijft echter van kracht zolang over een nieuw, in dit geval te wijzigen statuut, geen overeenstemming is bereikt.

1.2.7. Het leerlingenstatuut wordt door de directie gepubliceerd. In de schoolgids staat vermeld waar het leerlingenstatuut te verkrijgen is.


1.3. Rechten en plichten in algemene zin.

1.3.0. De leerlingen respecteren in hun gedrag en uitlatingen de grondslag en de doelstelling van de school.

1.3.1. De leerlingen en personeelsleden hebben ten opzichte van elkaar de plicht te zorgen voor een werkbare situatie, waarin goed onderwijs kan worden gevolgd en gegeven in een passende sfeer.

1.3.2. De leerlingen hebben het recht organen en personeelsleden te houden aan de regels die ten aanzien van hen gelden in de school. Evenzo zijn de leerlingen verplicht zich te houden aan de regels die gelden in de school. (zie bijlage “ordereglement”)

1.3.3. De leerlingen en personeelsleden zijn respect verschuldigd aan elkaar en aan alle andere personen in de school. Ook zijn zij respect verschuldigd aan alle goederen van elkaar, van alle andere personen en alle andere goederen in de school.

1.3.4. Een leerling die meerderjarig is en zelf de verantwoording wil dragen neemt hierover contact op met de sectordirecteur.



2. REGELS OVER HET ONDERWIJS.

2.1. Het geven van onderwijs door docenten.

2.1.0. De leerlingen hebben er recht op dat de docenten zich inspannen om behoorlijk onderwijs te geven. Het gaat hierbij om zaken als:
ƒÞ redelijke verdeling van de lesstof over de lessen (contact- ster- en/of banduren)
ƒÞ goede presentatie en duidelijke uitleg van de stof
ƒÞ kiezen van geschikte schoolboeken
ƒÞ aansluiting van het opgegeven huiswerk en toetsing
ƒÞ een passende begeleiding.

2.1.1. Als een docent naar het oordeel van de leerling of een groep leerlingen zijn taak niet op behoorlijke wijze vervult, dan kan dat door de leerling(en) aan de orde worden gesteld bij de teamleider.

2.1.2. De teamleider geeft binnen 14 dagen de leerling(en) een reactie op de klacht.

2.1.3. Is de reactie naar het oordeel van de leerling(en) niet afdoende, dan kan een klacht bij de sectordirecteur worden ingediend. Is deze reactie nog niet afdoende volgens de leerling, dan kan een klacht bij de landelijke klachtencommissie worden ingediend.

2.1.4. Elke leerling heeft recht op een gelijkwaardige behandeling.

2.1.5. Een leerling heeft het recht om het schoolplan en het jaarverslag in te zien.


2.2. Het volgen van onderwijs door leerlingen.

2.2.0. De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om een goed onderwijsproces mogelijk te maken dat gebaseerd is op een overdracht van informatie, die ordelijk moet verlopen.

2.2.1. Een leerling, die een goede voortgang van de les verstoort is op verzoek van de docent verplicht de les te verlaten en zich te melden bij de teamleider.



3. DAGELIJKSE GANG VAN ZAKEN.

3.1. Ordereglement.

3.1.0 Er is een ordereglement dat de instemming van de MR behoeft. (zie bijlage “ordereglement”)

3.1.1. Leidraad bij het opstellen van een ordereglement zijn redelijkheid, gelijkheid en rechtszekerheid.

3.1.2. Iedereen is verplicht de orderegels na te leven.


3.2. Aanwezigheid.

3.2.0. De leerlingen zijn verplicht de lessen te volgen volgens het voor hen geldende rooster, tenzij er voor een bepaalde les een andere regeling is getroffen. Zij dienen voor het volgen van de lessen op tijd aanwezig te zijn.


3.3. Gedrag.

3.3.0. De leerlingen dienen zich in en buiten de school naar behoren te gedragen. (zie ook 1.3. en bijlage “ordereglement”)


3.4. Veiligheid.

3.4.0. De leerlingen zetten zich in voor een zo veilig mogelijke school. De leerlingen en personeelsleden gedragen zich naar de gegeven voorschriften betreffende de veiligheid in de school en overigens zodanig dat de veiligheid in de school zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.

3.4.1. Er is een convenant “Veilige School” afgesloten tussen gemeente, politie, openbaar ministerie en de school ter voorkoming en bestrijding van drugs(overlast), vandalisme, (seksuele) intimidatie, discriminatie, bedreiging, alcoholgebruik, crimineel gedrag en het creëren van een veilig klimaat in en om de school. (zie bijlage “convenant veilige school”)


3.5. Schade.

3.5.0. Het bevoegd gezag aanvaardt geen wettelijke aansprakelijkheid voor schade die buiten zijn verantwoordelijkheid wordt toegebracht aan bezittingen van leerlingen. Het bevoegd gezag aanvaardt ook geen wettelijke aansprakelijkheid voor het verlies van bezittingen van leerlingen die in of bij de school, of tijdens schooltijd zijn zoekgeraakt.

3.5.1. Indien een leerling aan het schoolgebouw, aan de leermiddelen die zich daarin bevinden of aan andere bezittingen van het bevoegd gezag of aan andere onder het beheer van het bevoegd gezag staande zaken, schade toebrengt, dan wordt die schade hersteld op kosten van de leerling die de schade heeft veroorzaakt, of indien deze minderjarig is op kosten van zijn ouders.


4. HUISWERK.

4.0. Elke leerling noteert het opgegeven huiswerk in zijn agenda.

4.1. De leerlingen zijn verplicht het opgegeven huiswerk te doen. Indien het huiswerk niet gedaan wordt zonder een acceptabele verklaring, kan er een passende maatregel opgelegd worden door de docent.

4.2. De gezamenlijke docenten van een klas of groep streven ernaar het huiswerk zodanig op te geven en te spreiden dat van een evenwichtige en reële belasting sprake is.

4.3. De leerlingen hebben huiswerkvrij voor de door de directie aangegeven huiswerkvrije dagen.


5. TOETSING, BEOORDELING, RAPPORTAGE.

5.0. Toetsing van de vordering van het onderwijs kan geschieden op de volgende wijzen:
ƒÞ proefwerken
ƒÞ mondelinge of schriftelijke overhoringen
ƒÞ gesprekken of spreekbeurten n.a.v. gelezen boeken, werkstukken e.d.
ƒÞ practicum, turn- en spe(e)lopdrachten en werkstukken
ƒÞ oefentoetsen, waarvan de beoordeling uitsluitend bedoeld is om de leerling en de leraar inzicht te geven in hoeverre de leerling de leerstof begrepen en/of geleerd heeft.
5.1. Van een cijfer dat het resultaat is van een af te nemen toets wordt van tevoren de wegingsfactor ten opzichte van andere vormen van toetsing kenbaar gemaakt. Mondelinge en schriftelijke overhoringen wegen minder zwaar dan proefwerken.

5.2. Een proefwerk wordt tenminste 5 schooldagen van te voren opgegeven. In de les voor het proefwerk hebben de leerlingen de gelegenheid tot het stellen van vragen over de proefwerkstof. Daarvoor moet de hele stof behandeld zijn.

5.3. Een leerling hoeft niet meer dan 1 leerproefwerk per dag te maken. Deze regel geldt niet bij herkansing, inhaalproefwerken of proefwerkweken, of bij bijzondere omstandigheden welke door de teamleider gemotiveerd worden aangegeven.
Als er sprake is van een inhaalproefwerk mag de leerling maximaal 2 proefwerken op een dag hebben.

5.4. In de eerste drie leerjaren mogen per week maximaal drie leerproefwerken worden gegeven. Schriftelijke overhoringen die meer omvatten dan het huiswerk mogen alleen worden gegeven op dagen waarop geen leerproefwerk wordt afgenomen. Voor deze schriftelijke overhoringen geldt een maximum van 1 per dag.

5.5. Er kunnen omstandigheden zijn waardoor de leerling buiten zijn schuld belemmerd wordt bij het maken van een toets. In dat geval zal daarmee bij de beoordeling van de toets rekening worden gehouden. Indien nodig kan besloten worden om een nieuwe toets af te nemen.

5.6. Een docent beoordeelt een afgenomen toets binnen 10 schooldagen nadat deze is afgenomen, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen, dit ter beoordeling van de teamleider.
De normen van de beoordeling worden door de docent meegedeeld en toegelicht.

5.7. Een toets wordt na beoordeling door de docent met de leerling besproken.

5.8. Een volgende toets kan niet gegeven worden voordat de vorige toets besproken is.

5.9. Een leerling en diens ouders hebben recht op inzage in zijn toets, nadat deze is beoordeeld. Indien een leerling het niet eens is met de beoordeling moet hij dit terstond na inzage kenbaar maken aan de docent die de toets heeft afgenomen. Worden de leerling en de docent het niet eens met elkaar, dan is er beroep mogelijk bij de sectordirecteur. Tegen de beslissing van de sectordirecteur is beroep mogelijk bij de algemeen directeur.

5.10. De docent die de leerling betrapt op fraude bij een toets, kan maatregelen treffen door voor het gemaakte werk een korting van punten te geven en als maximale straf een 1 toe te kennen.
Wanneer de leerling het niet eens is met de maatregel kan hij hiertegen beroep aantekenen bij de sectordirecteur. Tegen de beslissing van de sectordirecteur is beroep mogelijk bij de algemeen directeur.

5.11. Indien een werkstuk meetelt voor een rapportcijfer dan dient van te voren bekend te zijn aan welke normen het moet voldoen, wanneer het gereed moet zijn en welke sancties er staan op het te laat of niet inleveren ervan.

5.12. Als er op grond van de studieresultaten maatregelen getroffen worden, dienen deze vooraf met de leerling - en indien deze minderjarig is, met zijn ouders - besproken te worden.

5.13. Een rapport geeft de leerling een overzicht van zijn prestaties voor alle vakken over een bepaalde periode.

5.14. Over de wijze van berekening van de cijfers op het eindrapport, dient tevoren duidelijkheid te worden gegeven.

5.15. Een rapportcijfer mag niet gebaseerd zijn op 1 toetscijfer.


6. OVERGANG, KEUZE VAN ONDERWIJS.

6.0. De lerarenvergadering stelt aan de hand van overgangscriteria vast of een leerling naar het volgende leerjaar kan overgaan.

6.1. Tevoren dient duidelijk aangegeven te worden aan welke normen een leerling moet voldoen om toegelaten te worden tot een hoger leerjaar.

6.2. De leerling kan zijn keuze voor een bepaalde richting van het onderwijs of voor een bepaalde samenstelling van zijn vakkenpakket en/of profiel kenbaar maken.


7. SCHOOLONDERZOEKEN, EXAMENS.

7.0. Aan het begin van het examenjaar, doch uiterlijk voor 1 oktober, wordt aan de leerlingen van de eindexamenklassen het door het bevoegd gezag vastgestelde programma van toetsing en afsluiting, bekend gemaakt. Dit programma bevat regels over de wijze van toetsen van de kennis en vaardigheden van deze leerlingen alsmede op welke wijze het eindcijfer van het schoolonderzoek wordt vastgesteld.

7.1. De directie stelt namens het bevoegd gezag een examenreglement vast. Dit reglement bevat regels over de wijze waarop het examen wordt afgenomen, de wijze waarop de cijfers worden gegeven, regels over verzuim bij examens, examenfraude, herexamen en over de mogelijkheden om tegen beslissingen betreffende het examen bezwaar te maken.


8. DISCIPLINAIRE MAATREGELEN.

8.0. De leerling die de in de school geldende regels niet nakomt, kan een disciplinaire maatregel worden opgelegd. Zo’n maatregel kan worden opgelegd door een docent, door de schoolleiding of door het bevoegd gezag.

Disciplinaire maatregelen kunnen zijn o.a.:
ƒÞ maken van strafwerk
ƒÞ uit de les verwijderd worden
ƒÞ nablijven
ƒÞ gemiste lessen inhalen
ƒÞ opruimen van gemaakte rommel
ƒÞ extra corvee-werkzaamheden uitvoeren
ƒÞ de toegang tot de les (tijdelijk) ontzegd worden
ƒÞ geschorst worden
ƒÞ definitief van de school verwijderd worden
ƒÞ herstelbetalingen van gemaakte vernielingen
ƒÞ betalen van administratiekosten, gemaakt i.v.m. een disciplinaire maatregel.


8.1. Lijf- en tuchtstraffen zijn ten strengste verboden.

8.2. Een als te laat geregistreerde leerling kan de toegang tot de les niet ontzegd worden.

8.3. Bij het opleggen van een maatregel moet er sprake zijn van een redelijke verhouding tussen de ernst van de aanleiding en het opleggen van de maatregel. Ook dient er - zo mogelijk - een verhouding te bestaan tussen de aard van de overtreding en de soort straf.

8.4. Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de straf opgelegd wordt.

8.5. Indien een leerling meent dat hem ten onrechte een maatregel door de docent is opgelegd, kan hij dit aan de teamleider ter beoordeling voorleggen.

8.6. Indien een leerling meent dat hem ten onrechte een maatregel door teamleider is opgelegd, kan hij dit aan de sectordirecteur ter beoordeling voorleggen.
Wanneer de leerling het niet eens is met de beslissing van de sectordirecteur kan hij dit ter beoordeling voorleggen aan de algemeen directeur. Tegen de beslissing van de algemeen directeur kan de leerling in beroep gaan bij het bevoegd gezag.

8.7. De directie kan een leerling voor een periode van ten hoogste vijf schooldagen de toegang tot de school ontzeggen (schorsing) in de volgende gevallen:
ƒÞ als de leerling door zijn gedrag in of buiten de school op medeleerlingen een nadelige invloed heeft
ƒÞ bij ernstige of voortdurende nalatigheid
ƒÞ als de leerling zich schuldig maakt aan wangedrag.

8.8. Het schorsingsbesluit wordt schriftelijk aan de leerling en - indien hij minderjarig is - aan zijn ouders medegedeeld, met opgave van redenen.
Indien een leerling langer dan een dag wordt geschorst, meldt de directie dit bij de inspectie met opgave van redenen.

8.9. De algemeen directeur kan op voorstel van de sectordirecteur en de teamleider, namens het bevoegd gezag, een leerling definitief de toegang tot de school ontzeggen in de volgende gevallen:
ƒÞ bij zeer ernstig wangedrag waaronder kan vallen: diefstal, moedwillig ernstige schade toebrengen aan andere personen of andermans eigendom
ƒÞ bij verzet tegen de aanwijzingen van de directie of het personeel
ƒÞ bij herhaling van de in 8.7. genoemde gevallen.

Indien de algemeen directeur een leerling definitief van school wil verwijderen, stelt hij eerst de leerling en - indien hij minderjarig is - ook zijn ouders, in de gelegenheid zich hierover uit te spreken.
In geval het een leerplichtige leerling betreft, dient de algemeen directeur overleg te voeren met de inspectie.

8.10. Tijdens de procedure tot verwijdering kan een leerling worden geschorst.

8.11. Indien een leerling meent dat hem ten onrechte de maatregel, genoemd in 8.9. door de algemeen directeur is opgelegd, kan hij bezwaar aantekenen bij het bevoegd gezag.

8.12. Het besluit tot definitieve verwijdering wordt schriftelijk aan de leerling en - indien hij minderjarig is - aan zijn ouders medegedeeld, met opgave van redenen.
Voorts geeft de algemeen directeur daarbij aan dat er om herziening van het besluit kan worden gevraagd.
Indien een leerling definitief wordt verwijderd meldt de algemeen directeur dit bij de inspectie, met opgave van redenen.

8.13. Een verwijderde leerling en indien hij minderjarig is, ook zijn ouders, kan binnen 30 dagen nadat hij definitief is verwijderd, aan het bevoegd gezag om herziening van het besluit tot verwijdering vragen.
Het bevoegd gezag stelt de leerling en indien hij minderjarig is, ook diens ouders in de gelegenheid zich over de kwestie uit te spreken.
Voorts voert het bevoegd gezag overleg met de inspectie hierover en eventueel met andere deskundigen.
Het bevoegd gezag stelt de leerling en indien hij minderjarig is, diens ouders, in de gelegenheid om adviezen of rapporten die op de beslissing op het verzoek tot herziening betrekking hebben, in te zien.
Het bevoegd gezag beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek, maar niet later dan 30 dagen na ontvangst ervan.

8.14. De school heeft een inspanningsverplichting om de leerling elders onder te brengen.

8.15. Een leerling kan niet in de loop van het schooljaar worden verwijderd op grond van onvoldoende resultaten, tenzij hierover vooraf afspraken zijn gemaakt.



WET OP DE PRIVACY

9. PRIVACY.

9.1. Leerlingenregistratie.

9.1.0. Van alle leerlingen zijn door de school gegevens geregistreerd. Deze gegevens dienen correct te zijn. De betrokken leerling en - indien hij minderjarig is - zijn ouders, kunnen deze gegevens inzien. Bij onjuiste gegevens moeten wijzigingen of verbeteringen worden aangebracht.

9.1.1. Het leerlingenregister staat onder verantwoordelijkheid van de directie.

9.1.2. De directie wijst een onderwijs ondersteunend personeelslid aan, dat verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer.

9.1.3. De directie bepaalt, met inachtneming van de Wet op de Privacy, welke gegevens in het leerlingenregister worden opgenomen.

9.1.4. Het leerlingenregister is toegankelijk voor:
ƒÞ de docenten van de desbetreffende leerling
ƒÞ de schooldekaan
ƒÞ het management team
ƒÞ het verantwoordelijke onderwijs ondersteunend personeelslid
ƒÞ de orthopedagoog.

9.1.5. De gegevens worden alleen aan anderen dan bedoeld in punt 9.1.4. verstrekt indien dit in het belang van het onderwijs aan de betrokken leerling is, indien er een wettelijke plicht voor bestaat of met toestemming van de betrokken leerling, of - indien deze minderjarig is, - van zijn ouders.

9.1.6. De directie stelt vast of de verstrekking van de gegevens gebeurd is in strijd met art. 9.1.5. en neemt bij oneigenlijk gebruik passende maatregelen.

9.1.7. Tegen de beslissing van de directie kunnen betrokkenen in beroep gaan bij het bevoegd gezag.


9.2. Ongewenste intimiteiten.

9.2.0. Een leerling heeft er recht op in zijn waarde gelaten te worden. Indien een leerling zicht gekwetst voelt door een ongewenste benadering of intimiteit van de kant van medeleerlingen of schoolpersoneel, kan hij zich wenden tot de mentor, de vertrouwensinspecteur of tot een persoon die door de directie is aangewezen.

9.2.1. De directie stelt namens het bevoegd gezag stelt een regeling vast volgens welke ongewenste intimiteiten kunnen worden gemeld, waardoor er passend op ongewenste intimiteiten kan worden gereageerd en waarin gerichte maatregelen worden getroffen om ongewenste intimiteiten binnen de schoolgemeenschap te voorkomen.


10. INSPRAAK

10.1. Algemeen.

10.1.0. De algemeen directeur legt namens het bevoegd gezag in het medezeggenschapsreglement regels vast over de verkiezing van leerlingen in de medezeggenschapsraad alsmede over hun rechten en plichten in deze raad.

10.1.1. De algemeen directeur kan namens het bevoegd gezag leerlingen betrekken bij de benoeming van leden van de directie, voor zover dit is vastgelegd in de benoemingsprocedure voor de leden van de schoolleiding.


10.2. Leerlingenraad.

10.2.0. Er is een leerlingenraad.

10.2.1. Aan de leerlingenraad wordt zo mogelijk vergaderruimte en een afsluitbare kast ter beschikking gesteld.

10.2.2. Voor activiteiten van de leerlingenraad worden binnen redelijke grenzen drukfaciliteiten ter beschikking gesteld na overleg met het daartoe betrokken lid van het onderwijsondersteunend personeel.

10.2.3. Activiteiten voor de leerlingenraad kunnen, na overleg met de sectordirecteur, tijdens de lesuren plaatsvinden.

10.2.4. Leden van de leerlingenraad kunnen, na verkregen toestemming van de sectordirecteur, voor hun raadswerkzaamheden lesuren vrij nemen.



11. VRIJHEID VAN MENINGSUITING EN VRIJHEID VAN VERGADERING.

11.1. Algemeen.

11.1.0. De in de grondwet en internationale verdragen vastgestelde vrijheid van meningsuiting wordt door iedereen gerespecteerd.

11.1.1. Leerlingen zijn vrij hun mening te uiten mits dit niet in strijd is met de goede gang van het onderwijs en de regels van de school.

11.1.2. Leerlingen dienen elkaars mening en die van anderen te respecteren. Uitingen die discriminerend of beledigend zijn, worden niet toegestaan.

11.1.3. Wie zich door een ander in woord en/of geschrift beledigd, gediscrimineerd of bedreigd voelt, kan een klacht indienen bij de algemeen directeur.

11.1.4. Indien dit onvoldoende resultaat heeft gegeven, heeft de klager het recht zich tot de landelijke klachtencommissie te wenden.

11.1.5. De landelijke klachtencommissie stelt vast of er sprake is van belediging, discriminatie en/of bedreiging.

11.1.6. Indien er sprake is van een belediging, discriminatie en/of bedreiging van een zeer ernstig karakter, kan de landelijke klachtencommissie het bevoegd gezag voorstellen passende maatregelen te nemen.

11.1.7. De school kan geen eisen aan de kleding van leerlingen stellen. Wel dient de kleding te voldoen aan gebruiks- en veiligheidsvoorschriften (jas, veiligheidsbril) en niet in strijd te zijn met de openbare zeden. In de klas is het dragen van buitenkleding en pet niet toegestaan.


11.2. Schoolkrant

11.2.0. De directie stelt in overleg met de redactie van de schoolkrant en na instemming van de MR een redactiestatuut vast, waarin de verantwoordelijkheid en de beschikbaarheid van geld en papier e.d. voor de schoolkrant wordt geregeld.

11.2.1. De in de schoolkrant opgenomen artikelen mogen niet in strijd zijn met de algemene beginselen van het openbaar onderwijs, te weten, dat het openbaar onderwijs toegankelijk moet zijn voor en een thuis moet bieden aan ieder, ongeacht religie, huidkleur, afkomst, politieke voorkeur, enz. Tot de doelstelling van het openbaar onderwijs hoort dan ook: het leren respecteren van elkaar. Dientengevolge worden artikelen die naar toon of inhoud kwetsend zijn voor personen en/of groepen in onze samenleving niet geplaatst.

11.2.2. Mocht de publicatie van de schoolkrant of een deel ervan worden verboden op grond van 11.2.1. dan kan de redactie in beroep gaan bij de algemeen directeur.
De regels en de gang van zaken betreffende een beroepsprocedure dienen te zijn vastgelegd in het redactiereglement.


11.3. Aanplakborden.

Op de daartoe aangewezen aanplakborden in de school kunnen de leerlingen mededelingen die voor leerlingen van belang zijn ophangen. Hiervoor behoort vooraf toestemming gevraagd te worden bij een lid van het management team.


11.4. Bijeenkomsten.

11.4.0. De in de grondwet en internationale verdragen vastgestelde vrijheid van vergadering wordt door iedereen gerespecteerd.

11.4.1 Anderen worden alleen toegelaten op een bijeenkomst van leerlingen als de leerlingen dat toestaan.

11.4.2 De directie stelt voor een bijeenkomst van leerlingen een ruimte ter beschikking, e.e.a. binnen de feitelijke mogelijkheden van de school.

11.4.3 De leerlingen laten een ter beschikking gestelde ruimte op een behoorlijke wijze achter.

11.4.4 De gebruikers zijn verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele schade.



12. KLACHTEN.

12.0. Bij onjuiste of onzorgvuldige uitvoering van het leerlingenstatuut en nadat de normale klachtenweg onvoldoende resultaat heeft gegeven, heeft een ieder het recht schriftelijk bezwaar aan te tekenen bij het bevoegd gezag.


Bezwaar/Beroep tegen een besluit van de directie kan worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. 

Aldus vastgesteld in februari 2008


Namens het bevoegd gezag van het dr. Aletta Jacobs College te Hoogezand-Sappemeer,


M.M.A.M. Klaverkamp, algemeen directeur/bestuurder 


ORDEREGLEMENT


1.0. Aanwezigheid.

1.1. De leerlingen zijn verplicht de lessen te volgen volgens het voor hen geldende rooster, tenzij er voor een bepaalde les een andere regeling is getroffen. Zij dienen voor het volgen van de lessen op tijd aanwezig te zijn.

1.2. Wanneer een leerling het eerste lesuur vrij heeft, heeft hij het recht daarover zo spoedig mogelijk te worden ingelicht.

1.3. De leerling die te laat aanwezig is, dient zich op de daarvoor aangegeven plaats als ‘te laat’ te laten registreren.

1.4. Leerlingen die met de bus reizen, kunnen i.v.m. de busverbinding aan het begin een lesperiode bij de teamleider een ‘te-laat-pas’ aanvragen. Deze pas wordt slechts in uiterste noodzaak verleend.

1.5. Door de teamleider kan de leerling wanneer hij te laat komt een passende maatregel worden opgelegd.

1.6. Namen van de afwezige docenten worden vermeld op de daarvoor bestemde plaatsen. De afwezigheid geldt steeds de betreffende dag.

1.7. Indien de docent bij aanvang van de les niet aanwezig is, vraagt de klassenvertegenwoordiger bij de teamleider of de les doorgaat.

1.8. Tijdens de pauzes en roostervrije uren mogen de leerlingen alleen in de daartoe bestemde ruimten op school verblijven.

1.9. Een leerling heeft alleen verlof om de lessen te verzuimen indien de teamleider dit op verzoek van zijn ouders heeft toegestaan. Dit geldt ook voor de hulplessen.

1.10. Als een leerling niet mee kan doen aan de lessen lichamelijke opvoeding meldt hij zich altijd vóór de les bij de docent lichamelijke opvoeding met een briefje van zijn ouders/verzorgers. In overleg met de leerling kan dan eventueel vrijstelling verleend worden als de leerling gedurende lange tijd de lessen niet kan volgen.

1.11. Indien een leerling door ziekte of door een andere vorm van overmacht niet in staat is de lessen te volgen, volgt er een ziekmelding. 
Een ziekmelding dient dagelijks vóór 09.00 uur te zijn doorgegeven door één van de ouders/verzorgers: (ook voor leerlingen van 18 jaar en ouder):
- Afmelding locatie Laan van de Sport: telefoon 0598 - 35 02 50
- Afmelding locatie Van Heemskerckstraat: telefoon 0598 - 36 14 61
 
Na verzuim door ziekte dient de leerling een briefje met bericht van betermelding van de ouders/verzorgers in te leveren bij de administratie. Standaardbriefjes met bericht van betermelding ontvangen de leerlingen aan het begin van het schooljaar van de teamleider en zijn daarna te verkrijgen bij de administratie.

1.12. De leerling die tijdens de lessen onwel wordt, meldt zich af bij de teamleider of de administratie.

1.13. Indien een leerling anders dan met verlof of door ziekte lessen verzuimt of afwezig is terwijl hij aanwezig dient te zijn, kan de daarvoor verantwoordelijke teamleider een passende maatregel opleggen.

1.14. Een leerling is verplicht na verzuim door ziekte zich met een briefje van de ouders/verzorgers te melden bij de administratie.

1.15. Indien een leerling meer dan 4 schooldagen afwezig is geweest, meldt hij zich bij terugkomst op school bij de mentor die samen met de betrokken docenten voor hem een plan opstelt voor het inhalen van de opgelopen achterstand.



2.0. Gedrag.

2.1. De leerlingen dienen zich in en buiten de school naar behoren te gedragen. (zie ook 1.3.)
Daarvoor zijn vijf algemene schoolregels opgesteld:
- Ik toon respect voor anderen en voor de school.
- Ik ben in de leergebieden waar ik volgens het lesrooster moet zijn.
- Ik ben fatsoenlijk gekleed.
- Ik gebruik mijn telefoon en geluidsdragers buiten de deelschool.
- Ik eet en drink in de kantine of buiten de school.

2.2. Leerlingen mogen niet roken in de schoolgebouwen.

2.3. De leerlingen mogen geen alcoholhoudende dranken of bij de wet verboden verdovende middelen in bezit hebben op school. Gokken, het spelen om geld, is op school verboden.




3.0. Veiligheid.

3.1. De leerlingen zetten zich in voor een zo veilig mogelijke school. De leerlingen en personeelsleden gedragen zich naar de gegeven voorschriften betreffende de veiligheid in de school en overigens zodanig dat de veiligheid in de school zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.

3.2. Het is de leerlingen verboden vuurwerk in bezit te hebben of te gebruiken op school of in de omgeving van de school. Bij overtreding van deze regel zal de politie worden ingeschakeld.

3.3. Het is leerlingen verboden wapen en drugs in bezit te hebben op school of in de omgeving van de school. Bij overtreding van deze regel zal de politie worden ingeschakeld.

3.4. Tijdens de lessen veldgymnastiek mogen alleen leerlingen die les hebben zich op de sportvelden bevinden.

3.5. In de praktijklessen dient de door de school voorgeschreven kleding en veiligheidsbril te worden gedragen.

3.6. Omgaan met pesten, agressie en geweld wordt geregeld in het protocol “Hoe om te gaan met agressie en geweld”.



4.0. Schade.

4.1. Het bevoegd gezag aanvaardt geen wettelijke aansprakelijkheid voor schade die buiten zijn verantwoordelijkheid wordt toegebracht aan bezittingen van leerlingen. Het bevoegd gezag aanvaardt ook geen wettelijke aansprakelijkheid voor het verlies van bezittingen die leerlingen in of bij de school, of tijdens schooltijd zijn kwijtgeraakt.

4.2. Indien een leerling aan het schoolgebouw, aan de leermiddelen die zich daarin bevinden of aan andere bezittingen van het bevoegd gezag of aan andere onder het beheer van het bevoegd gezag staande zaken, schade toebrengt, dan wordt die schade hersteld op kosten van de leerling die de schade heeft veroorzaakt, of indien deze minderjarig is op kosten van zijn ouders.

4.3. Van de school in bruikleen gebruikte boeken moeten door de leerling worden gekaft. Door een leerling beschadigde boeken worden op kosten van de leerling, indien hij minderjarig is, van zijn ouders, hersteld, dan wel in hun geheel vergoed.

4.4. De leerling plaatst zijn fiets of bromfiets in de fietsenstalling en zet hem op slot.

4.5. Het is niet toegestaan geld of andere artikelen van waarde in kledingstukken of (fiets)tassen achter te laten. Horloges en geld tijdens de gymles in bewaring geven bij de docent.



5.0. Huiswerk.

5.1. Elke leerling noteert het opgegeven huiswerk in zijn agenda.

5.2. De leerlingen zijn verplicht het opgegeven huiswerk te doen. Indien het huiswerk niet gedaan wordt zonder een acceptabele verklaring, kan er een passende maatregel opgelegd worden door de docent.

5.3. De gezamenlijke docenten van een klas of groep streven ernaar het huiswerk zodanig op te geven en te spreiden dat van een evenwichtige en reële belasting sprake is.

5.4. De leerling die het huiswerk niet heeft gedaan, meldt dit bij aanvang van de les aan de betreffende docent onder vermelding van de reden van verhindering. Indien hij minderjarig is wordt een schriftelijke verklaring verstrekt door de ouders/verzorgers.



2. EXCURSIEREGLEMENT

In principe worden excursies, indien bekend, in de schoolgids aangekondigd.

Art. 1. Onder excursie wordt verstaan een gezamenlijk uitgaan - voor een of
meer dagdelen - met een educatief doel in of buiten schooltijd, onder leiding en verantwoordelijkheid van een of meer medewerkers van de school.

Art. 2: Onder educatief wordt mede verstaan het bevorderen van het onderlinge
sociale contact, als een bijdrage tot de algemene vorming van de leerlingen.

Art. 3: Het initiatief voor een excursie kan uitgaan van leerlingen, een leraar of het management team.

Art. 4: De organiserende instantie dient overleg te plegen met de (klassen)leraren van de parallelklassen om eventueel te komen tot gelijkwaardige excursies.
Ook kan daarbij worden overwogen of het aanbeveling verdient gezamenlijk op reis te gaan.

Art. 5: Een programma voor een excursie en het aantal begeleiders dient ter goedkeuring op z’n laatst een maand van tevoren door de organiserende instantie te worden ingediend bij de betreffende sectordirecteur. Tevens dient daarbij een begroting te worden ingeleverd.
Bij excursies van een dagdeel kan na overleg met de directie en betrokken docenten van het gestelde van dit artikel worden afgeweken.

Art. 6: De directie houdt een excursieboek bij, waarin wordt aangetekend:
datum van aanvraag, duur en bestemming, welke groep leerlingen en de datum van goedkeuring door de schoolleiding.

Art. 7: De ouders en/of verzorgers ontvangen tenminste 3 weken van tevoren
bericht van de organiserende instantie, waarin de kosten en het programma van de excursie zijn vermeld.

Art. 8: De ouders en/of verzorgers zijn verplicht schriftelijk toestemming voor
deelname aan de excursie te geven.

Art. 9: In principe gaan alle leerlingen van een klas of groep mee. De organiserende
instantie gaat na waarom eventueel bepaalde leerlingen niet mee gaan. Financiële redenen mogen geen belemmering vormen. In dit geval vindt overleg met de directie plaats.

Art. 10: Een excursie gaat niet door als het aantal deelnemers van de betreffende
groep minder dan 80% bedraagt. Leerlingen die niet meegaan moeten gedurende de excursiedag(en) naar school.

Art.11: Bij elke meerdaagse excursie is het wenselijk, dat per klas een mannelijke en
een vrouwelijke begeleider aanwezig is. Tenminste een van beiden is een leraar of lerares aan onze school.
Indien meer klassen tegelijk op excursie gaan, moet over het aantal begeleiders overleg gepleegd worden met de directie.

Art.12: Indien het een excursie betreft, waarvoor een begroting is ingeleverd,
ontvangt de schoolleiding binnen twee weken na het einde van de excursie
een algemeen- en financieel verslag van de excursieleiding.

Art.13: In gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist de algemeen directeur.



3. REGLEMENT AFSLUITBARE LEERLINGENKASTJES

1. De kastjes worden voor het gehele cursusjaar beschikbaar gesteld.

2. Alle kastjes zijn van een nummer voorzien. Iedere leerling krijgt een nummer toegewezen. Het is daarom niet toegestaan, dat de leerling zelf het kastje merkt.

3. De leerling zorgt ervoor, dat zijn kastje schoon blijft. Etenswaren mogen er alleen overdag in opgeborgen worden.

4. De leerling is verantwoordelijk voor de sleutel van zijn kastje. Aan het einde van het schooljaar dient de sleutel te worden ingeleverd. Bij verlies van de sleutel moet er een bedrag van 10,00 euro worden betaald.

5. Bij vermissing van de sleutel zal de leerling dit onmiddellijk melden bij de afdelingsconciërge. Het kastje zal dan van een nieuw slot worden voorzien. De huurder dient voor de nieuwe sleutel ook dan 10,00 euro te betalen.

6. De leerling is verplicht het kastje onmiddellijk te openen, als een lid van het management team of een conciërge dit vraagt. De directie is bevoegd de kastjes te (laten) controleren op aanwezigheid van verboden goederen.

7. Gedurende de vakantie moeten de kastjes leeg zijn.

8. Het bevoegd gezag noch de directie kan aansprakelijk gesteld worden bij vermissing van voorwerpen, die in de kastjes waren opgeborgen.

9. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de algemeen directeur.


<< vorige

dr. Aletta Jacobs College 2019 disclaimer